Als ruiters een zadel laten controleren, gaat de aandacht meestal direct naar het paard. Ligt het zadel goed? Is er genoeg schoftvrijheid? Is de drukverdeling netjes? Heel belangrijk natuurlijk. Maar er wordt nog vaak iets vergeten: past het zadel ook bij de ruiter?
En dat is opvallend, want een zadel kan prima op het paard passen, maar tegelijk ongeschikt zijn voor de ruiter. In dat geval ziet het er misschien netjes uit, maar in de training ontstaat er toch onrust, spanning en compensatie. Juist daarom zou een zadel niet alleen voor het paard beoordeeld moeten worden, maar altijd ook voor de combinatie als geheel.
Waarom dit zo belangrijk is
Een zadel is de verbinding tussen paard en ruiter. Als jij als ruiter niet goed in dat zadel past, heeft dat invloed op je houding, je balans en je ruitertechniek. Je kunt dan moeilijker neutraal zitten, minder goed meebewegen en vaak ook minder duidelijk hulpen geven.
Onderzoek laat zien dat kleine veranderingen in zadelopbouw al effect kunnen hebben op de bekkenbeweging van de ruiter en op de samenwerking tussen ruiter en paard. Dat betekent dus dat een zadel niet alleen invloed heeft op het paard, maar ook direct op hoe jij kunt bewegen in de training. (Becard et al., 2025)
Hoe merk je dat een zadel niet goed past bij de ruiter?
Veel ruiters voelen ergens wel dat iets niet klopt, maar leggen de oorzaak niet altijd bij het zadel. Ze denken eerder dat ze zelf strakker moeten zitten, harder moeten trainen of technisch nog niet goed genoeg zijn. Terwijl het zadel soms een groot deel van het probleem is.
Dit zijn veelvoorkomende signalen:
Je hebt moeite om in balans te blijven
Je voelt dat je steeds naar voren, achteren of opzij wordt gezet. Je moet actief corrigeren om netjes in het midden te blijven.
Je zet spanning vast in je bovenbeen of knieën
In plaats van ontspannen te zitten, ga je klemmen. Niet bewust, maar omdat je lichaam grip probeert te maken.
Je onderbeen wordt onrustig
Als je bovenin niet goed zit, zie je dat vaak terug in een minder stabiel onderbeen.
Je bekken kan niet goed meebewegen
Vooral in draf en galop merk je dan dat je niet fijn kunt volgen. Het voelt alsof je tegen het zadel in zit.
Je krijgt klachten in je onderrug, heupen of knieën
Dat hoeft niet altijd alleen door het zadel te komen, maar het is wel een belangrijk signaal om serieus te nemen.
Onderzoek laat zien dat asymmetrie van de ruiter en een minder gunstige zadel en ruiter combinatie samenhangen met ongelijke drukverdeling en compensatie in het lichaam. (Gunst et al., 2019)
Een zadel dat voor het paard past, past dus niet automatisch voor de ruiter
Dit is precies waar het in de praktijk vaak misgaat. Een zadelmaker of fitter kijkt logischerwijs veel naar het paard. Maar als er niet ook gekeken wordt naar hoe de ruiter in het zadel zit en beweegt, mis je een belangrijk deel van het verhaal.
Want twee zadels die op het paard allebei acceptabel lijken, kunnen voor de ruiter totaal anders aanvoelen. De diepte van de zit, de vorm van de twist, de plaatsing van de wrongen en de ruimte voor het bovenbeen maken daarin veel verschil. Het ene zadel geeft je ruimte om goed te zitten, het andere lokt juist compensatie uit.
Hoe hoort een passend zadel voor de ruiter te voelen?
Een goed passend zadel voelt meestal rustig en logisch. Niet geforceerd. Niet alsof je jezelf steeds moet vasthouden.
Je merkt dan dat:
- je neutraal kunt zitten
- je bovenbeen ontspannen ligt
- je bekken kan meebewegen
- je onderbeen rustiger blijft
- je steun voelt zonder vastgezet te worden
Dat is ook wat je in goede training nodig hebt. Geen zadel dat je vastzet, maar een zadel dat je ondersteunt in een functionele houding.
Wat moet je doen als je twijfelt?
Heb je het gevoel dat je hard moet werken om netjes te zitten? Loop je steeds tegen dezelfde houdingsproblemen aan? Of merk je dat je lichaam veel spanning opbouwt tijdens de training? Laat dan niet alleen naar het paard kijken, maar ook naar jezelf in het zadel.
Belangrijk is dat dit niet alleen stilstaand beoordeeld wordt, maar ook in beweging. Juist dan wordt zichtbaar of jij echt vrij kunt zitten en meebewegen. Onderzoek laat namelijk zien dat het effect van zadelaanpassingen vooral tijdens beweging duidelijk wordt. (Becard et al., 2025)
Conclusie
Een zadel wordt vaak zorgvuldig voor het paard aangemeten, maar dat betekent nog niet automatisch dat het ook goed past bij de ruiter. En juist daar wordt nog veel winst gemist.
Als jij niet goed in het zadel past, heeft dat invloed op je houding, je balans en je ruitertechniek. Dan ga je compenseren, spanning opbouwen en wordt goed trainen onnodig moeilijk. Daarom moet een zadel niet alleen bij het paard passen, maar ook bij de ruiter. Pas dan kun je echt bouwen aan ontspanning, symmetrie en een betere training.





