De manier waarop je je teugels vasthoudt, is niet zomaar een technische gewoonte. Daar zit echt een reden achter. Niet alleen vanuit de techniek, maar ook neurologisch. Want bewegen begint in je brein.

In de hersenen is opvallend veel ruimte gereserveerd voor de handen. Dat zie je terug in de zogenoemde homunculus: een soort plattegrond van de hersenen waarop je ziet hoeveel aandacht verschillende lichaamsdelen krijgen. De handen zijn daarin buitenproportioneel groot. Dat laat meteen zien hoe belangrijk gevoel, coΓΆrdinatie en fijne motoriek van de handen zijn. En precies dat heb je in het zadel nodig.
Naar je hand lopen drie belangrijke zenuwen: de ulnar nerve, median nerve en radial nerve. Voor je teugelvoering is vooral de median nerve belangrijk.

De median nerve loopt naar je duim, wijsvinger, middelvinger en het binnenste deel van je ringvinger. Deze zenuw speelt juist een grote rol bij fijne motoriek, controle en kleine precieze bewegingen. Precies de regio die je gebruikt met rijden.
De ulnar nerve loopt naar je pink en het buitenste deel van je ringvinger. Deze zenuw is meer betrokken bij grijpen en kracht zetten met de hand.
En dat is precies waarom we onze teugels op deze manier vasthouden.
In het zadel willen we namelijk niet werken vanuit kracht. We willen niet knijpen, trekken of vastzetten. We willen voelen wat het paard doet, de beweging volgen en met kleine subtiele hulpen kunnen reageren. Door de teugel op deze manier in de hand te laten lopen, ondersteun je veel meer de kant van de hand die belangrijk is voor coΓΆrdinatie en verfijning.
Zou je de teugel anders vasthouden, bijvoorbeeld meer onder de pink, dan spreek je veel meer het systeem aan dat gericht is op grijpen en kracht. En dat is nu juist niet wat we willen in de communicatie met het paard.
Goed teugels vasthouden helpt je dus om minder op kracht en meer op gevoel te rijden. En dat zie je terug in alles: stillere handen, meer verfijning en een duidelijker contact met je paard.





